Trein of boot

Trein of boot

Door: Margreet Ursen (71) I Een meertalige kleuter op bezoek. Mijn kleine huiskamer verandert in no time in een trein of boot. Soms ontbreekt dan nog net dat ene essentiële onderdeel. Op mijn bedenkelijke blik wordt zeer beslist gereageerd met: “Dat hebben we sowieso nodig.”

“ANDERE TIJDEN”

“ANDERE TIJDEN”

Door: Thom Asvear I Al heel lang een aardige en vaak interessante TV-rubriek. Met wetenswaardigheden of vergelijkingen uit vroegere tijden. Veelvuldig uit de periode van de jeugd van de huidige ouderen. Ouderen die nu vaak als opa en oma te maken hebben met kleinkinderen die vandaag de dag een geheel andere jeugd beleven dan opa en oma in hun jonge jaren. 

Een oorlogsperiode, een groot aantal jaren van schaarste en wederopbouw. Genieten van enige luxe dat pas rond de jaren ’50/’60 van de vorige eeuw mogelijk werd. Dat wij ouderen bij die tocht door ‘het museum van onze jaren’ weleens stilstaan bij  beelden en ervaringen van ‘toentertijd’ draagt bij aan de dankbaarheid over de welvaart die we in deze huidige tijd kennen. (Los van het oog dat we moeten hebben voor gevallen waarin van zorg sprake is). Wanneer we in gesprek met kleinkinderen daar wel eens op wijzen om niet alles – ook vrijheid – maar gewoon te vinden, volgt vaak de opmerking : “Ja Opa/Oma, andere tijden”. 

Toch is het goed om herinneringen in leven te houden. “Je kunt geen toekomst bouwen zonder kennis van het verleden!” Het is ook wel weer een dankbare taak om sowieso interesse te kweken voor het verleden. Zeker als het lukt!  

Anders is het met ‘andere tijden’ die we nu meemaken. Al ruim een jaar, de gevolgen van het Coronavirus! Ernstige, wezenlijk ‘andere tijden’. Een periode die bijna niemand bij de jaarwisseling van ‘19 naar ‘20 voor mogelijk had gehouden. Verrassend, onzeker en onvoorspelbaar daar er ook geen blauwdruk bestond waarop men een strategie kon uitzetten. 

Strekken de Coronavirus gevolgen zich qua ‘andere tijden’ over een langere periode uit, dat gold niet voor de verkiezingen. Dat moest namelijk allemaal in veel kortere tijd en……heel anders!

Dat gaf een hoop beroering in de voliere in de Haagse Binnenhof waarvan ik u in mijn vorige column vertelde. 

Alle plannen van de vogeltjes om na vier jaar eindelijk weer te kunnen uitvliegen en met hun liedjes en gekwetter de burgers te bestormen vielen in de waterbak. Het werden waarachtig ‘andere tijden’. De mark-ante oppervogel, een soort voor{z}{g}anger omdat hij al het langst in die voliere  huisde, had doen besluiten: ”buiten heerst een soort vogelgriep dus we blijven binnen”. 

Dat was me wat! Waar en hoe moesten nu alle vogeltjes met hun opgekropte gezangen en getjilp naar toe? Hoe nu de burger te bereiken? Bijna de halve vogelmeute was vleugellam en radeloos. Maar…..een paar slimme krantenvogels, die altijd buiten om de kooi heen fladderden, boden uitkomst. Heel ingenieus. Zij kenden door hun omzwervingen de gaatjes tussen de spijlen van de kooi en met een spiegeltje, een microfoontje en een klein cameratje gaven zij de vogeltjes in de kooi de kans om hun boodschap aan hun door te geven. Dan zouden zij die de burgers via een soort beeldschermpje doorgeven. 

Dat werd me toch dringen geblazen. De vogeltjes hadden hun boodschap toch niet voor niets ingestudeerd! De een na de ander probeerde, al werkend met de vleugels, zich naar de beste plaats te wringen. Maar ja, de grote en oudere, meer ervaren vogels wisten precies hoe je moest kirren en genoten van hun eigen ‘beeldje en kleur’. Hun lofzangen op het eigen doel {of afkeuring van andermans arrangement} klonken in korte tijd, bijna overdadig over de vaderlandse buisjes. Helaas bleek de tijd om alle bekende liedjes helemaal af te deunen en alle beloften en wensen te verkondigen toch te kort. Daardoor werd het lastig voor veel burgers om een juiste keus te maken. De uitslag is inmiddels bekend. Veel nieuw gebroed. Er zijn nu vogeltjes die jubelen en in de voederbak dansen maar ook die treuren en even moeten slikken. Hoe dit de uiteindelijke verdeling van plekjes op de stokjesladder in de voliere gaat bepalen? Dat zal de toekomst uitwijzen. Maar het waren welbeschouwd zeker ‘andere tijden’.   

Thom Asvaer                                                                                              

Met de paplepel ingegoten

Met de paplepel ingegoten

Door: Babette van der Veen I Wat ben ik blij dat ik een goede band heb met mijn vader en dat hij zo’n ontzettend leuke en lieve opa is voor mijn kinderen. Hij is uiteraard geen strenge opa. “Opvoeden doe je zelf maar, ik ga ze lekker verwennen”, aldus mijn vader. Het is dan ook geen wonder dat mijn kinderen dol op hem zijn, want bij opa en oma (mijn stiefmoeder) is het altijd leuk, en je krijgt er drie snoepjes in plaats van twee.  

Hij en z’n lieve vrouw wonen een half uurtje rijden bij ons vandaan, dus we zoeken elkaar regelmatig op voor koffie of om met z’n allen lekker te eten. Ik vind het fantastisch dat we zoveel mooie herinneringen met elkaar maken en dat het hele gezin daar onderdeel van uitmaakt. Toch vind ik het fijn om ook een-op-een dingen met elkaar te ondernemen. 

Een onderwerp waar wij – al sinds ik kind was – elkaar helemaal in vinden, is jazz. Een muziekstijl die niet is komen aanwaaien, maar die mij met de paplepel is ingegoten. 

“Dat heeft niets met jazz te maken!” 

Onze radio stond thuis altijd afgestemd op de jazz-zender. Op de nummers van Louis Armstrong en Miles Davis huppelde ik als klein meisje al de kamer door. En zoals elke jazz-liefhebber betaamt, heb ik ook geleerd om sterke voorkeuren te hebben en er ‘iets van te vinden’. Wat ik en pap goed vonden moest harder en als we iets hoorden wat ons beviel, knikten we instemmend met onze hoofden op het ritme van de muziek mee. Als het niks was, staken we dat ook niet onder stoelen en banken. “Dit heeft helemaal niks met jazz, te maken”, zeiden we dan bijna in koor. Onze voorkeur ging en gaat trouwens uit naar old school jazz. Het soort muziek dat gedraaid wordt in een rokerig café en waarvan de mooie en soulvolle melodie direct troost biedt op een druilerige zondagmiddag. 

Een gezamenlijke traditie

Mijn vader en ik houden nog steeds jazz en hebben er een traditie van gemaakt om jaarlijks samen naar het North Sea Jazz festival te gaan. Daar verheugen we ons allebei altijd al weken van tevoren op. Het is inmiddels een ritueel geworden: op tijd ernaartoe, inchecken in het hotel,  een borrel in de lobby en dan met het Rotterdamse openbaar vervoer naar Ahoy. Elk jaar is dit een avontuur van ons samen. We genieten van de muziek, zien te gekke optredens en ontmoeten leuke en interessante mensen. Het laatste uur zigzaggen we steevast tussen de Nijl en de Maas – waar dan de grootste artiesten staan. Om tot slot moe en voldaan af te sluiten met een pannenkoekje; ik met stroop, papa met suiker. 

Sommige dingen veranderen nooit

Als North Sea Jazz voorbij is, praten hij en ik er samen altijd nog weken over na. We kunnen allebei niet wachten tot het weer mogelijk is voor ons om er weer naartoe te gaan. De sfeer, de muziek en de leuke mensen. Het is elk jaar een groot feest. Samen op avontuur gaan en nieuwe herinneringen maken. Samen goedkeurende blikken uitwisselen als de muziek top is, en vooral ook lekker klagen wanneer we bepaalde we moderne jazz te onrustig vinden. Want: “dat heeft (nog steeds) niets met jazz te maken”.  Sommige dingen veranderen nooit en dat is maar goed ook. 

Liefs, Babette

Heel even, helemaal normaal

Heel even, helemaal normaal

Door: Bert Nap I Onlangs ben ik een visite gaan brengen aan een van mijn patiënten die verblijft op een gesloten psychogeriatrische afdeling (een afdeling voor ouderen met psychische aandoeningen).  Mijn patiënte heeft een vorm van dementie. Op deze gesloten afdeling is het, zoals u zult begrijpen, niet de bedoeling dat de bewoners deze naar eigen keuze  verlaten.

Gedoe met codes en deuren

Mijn herinneringen rondom gedoe met deuren en codes naar aanleiding van een eerder bezoek bleken te kloppen. Zoals het voor de bewoners niet mogelijk was om het gebouw te verlaten, was het ook voor een huisarts, meer specifiek mijzelf… eigenlijk waarschijnlijk vooral mijzelf, een grote puzzel om met de juiste codes door de juiste deuren mijn queeste te volbrengen. Mensen die mij kennen weten dat dit aan mij ligt. De slalom door de gangen om aan de anderhalvemeter-maatregel te kunnen voldoen gaf mij het gevoel dat ik in het bonuslevel van een computerspel was beland. 

Een vriendelijke blik

Eenmaal op de juiste afdeling aangekomen liep ik zoekend heen en weer. Ik ving de vriendelijke blik op van een mevrouw die op een bankje bij het raam zat. Ze leek mij te herkennen. Ik twijfelde nog even of dit een patiënt van mij was, maar dat was niet het geval. De mevrouw sprak mij aan alsof ik haar dagelijks een bezoek bracht en we de draad van ons gesprek van gisteren zo weer konden oppakken. Ik reageerde met een vriendelijke lach en wenste haar een prettige middag. 

Een arm om me heen

Toen ik een paar minuten later met iemand van de verzorging aan het overleggen was, kreeg ik ineens een arm om mij heen. De mevrouw van het bankje bij het raam kwam gezellig naast mij staan. Het was zo’n arm die je van je moeder krijgt wanneer je er samen op uit gaat. Omdat we zo dicht op elkaar stonden kreeg ik snel het gevoel dat ik een gele kaart zou verdienen voor het schenden van de coronaregels. Daarna maakten zowel de ontroering van het moment als ook het niet kunnen bedenken van een reactie die tot anderhalvemeter zou leiden, dat we maar gewoon zo zijn blijven staan. 

Op de plek waar je het misschien het minst zou verwachten, voelde alles weer heel even, helemaal normaal. 

Warmte voor het koelschap

Warmte voor het koelschap

Door Kate Maat (55) I Daar stond ze te turen voor het schap tussen een oase aan groen. Ze zag door het bos de kruiden niet meer. Wat hulpeloos keek ze om zich heen en greep het karretje maar wat steviger vast. Geen hulp te bekennen, iedereen in zichzelf gekeerd. Ik kronkelde om haar heen om worteltjes te pakken. Onze blikken kruisten elkaar, ik trof hele lieve ogen, “kan ik u helpen mevrouw”, vroeg ik maar.

Ze stamelde, “Ik heb bijna alle ingrediënten bij elkaar, maar is dit nou selderij?” Ze liet mij een verpakking zien. “Nee mevrouw, dat is platte peterselie, het lijkt er wel op maar heeft niet dezelfde smaak”, zei ik eigenwijs. Natuurlijk wist zij dat ook wel maar hield geduldig haar mond. Ze vertelde dat ze kippensoep wilde maken, niet uit een pakje of potje maar helemaal zelf, zoals ze vroeger ook deed. 

“Bouillon trekken van een soepkip, wortel, ui en prei. Niet vergeten kruidnagels in de ui te prikken en natuurlijk bladselderij”, vertrouwde ze me toe. Ik rommelde wat in het schap en gaf haar de selderij.  “O wat fijn”, zei ze opgelucht en schonk mij nog een lieve lach. “Weet je wat het geheim van de lekkerste soep is?” Ik wist het niet. “Kijk” en ze hield triomfantelijk een stukje gember omhoog. “Doe er een flinke schijf van in je bouillon, dat geeft extra warmte. Warmte kunnen we allemaal wel gebruiken” zei ze.