Bommeltje

Bommeltje

Door: Kate Maat (56) I De straten zijn ondergelopen, het blijft maar regenen. Het staat weliswaar niet in verhouding tot de ramp die zich nu in het zuiden voltrekt maar indrukwekkend is het wel. Het kolkt en het bruist. De afvoerputten zijn verzadigd, zonder kaplaarzen er op uit staat garant voor natte voeten.  

Kleine Rex van 6 vindt het allemaal maar mega spannend, zijn Mama laat hem lekker buiten kliederen. Hij stampt en spettert dat het een lieve lust is. Knalrode wangen en een lach van oor tot oor. 

Rex had al aangebeld bij zijn vriendje Tommie maar die mocht niet mee naar buiten en keek verdrietig door zijn raam. “Dan neem je toch gewoon Bommeltje mee” opperde de Mama van Rex, hé, dat is een goed idee en wel zo gezellig. Bommeltje, zijn onvoorwaardelijke vriend, als 6 jaar zijn ze beste maatjes. Dat hij van pluche is met één oog, een hangend oor en met de vreemdste vlekken op zijn lijfje, dat is geen enkel probleem. 

Pas sinds een paar weken gaat Rex af en toe de deur uit zonder Bommeltje. Papa had gezegd dat hij nu toch wel een grote stoere jongen is die alleen op pad kon. Naar school gaat Bommeltje wel altijd mee en als Rex de rits van zijn schooltas openlaat dan beleven ze samen de mooiste avonturen. 

Op straat vond Rex grote takken en bouwde een dam. Bommeltje had hij op de uitkijk gezet, bovenop een steen. Hij werd wel een beetje moe en toen Mama riep was hij stiekem wel blij. “Kom Bommeltje we gaan” maar konijn langoor zat niet meer op zijn steen. Rex riep en riep en raakte in paniek. Angst en verdriet maakten zich van hem meester.  Ontroostbaar ging hij naar binnen en bleef uren uit zijn raam turen. 

Wat Rex niet wist is dat Meneer van Slooten, de vriendelijke overbuurman, net zijn kaplaarzen had aangetrokken om een lekker maaltje te gaan halen. Sinds hij zijn vrouw was verloren haalde hij steeds vaker een goede kant en klaar maaltijd. Zodra hij naar buiten liep zag hij iets drijven, het zag er gek uit. Misschien was het een stuk stof, er glinsterde iets en hij zag ook een oor, dit moet een knuffel van een kindje zijn. Ik neem hem mee naar huis en hang een briefje bij de Coop op het mededelingenbord, knuffel gevonden!

De volgende dag zag de Mama van Rex het briefje en kon haar intens verdrietige zoon, die de hele nacht niet had geslapen, het goede nieuws vertellen. Dit moet Bommeltje zijn. Op naar Meneer van Slooten met een mooie tekening, Meneer van Slooten de tekening en Rex en Bommeltje herenigd. 

Je begrijpt dat er tussen Rex, Bommeltje en Meneer van Slooten een innige vriendschap is ontstaan. 

Een ontboezeming?

Een ontboezeming?

Door: Thom Asvaer (83)I Ooit schreef ik u in een van mijn eerdere columns over een beduimelde groene envelop die ik aantrof bij het (eindelijk) eens opruimen van een oude ladenkast. Ik beloofde u toen bij tijd en wijle er eens een uit het stapeltje op u ‘los te laten’. Bij deze! Een satirisch gedicht vol ironie en synisme; een cabaretier waardig. Ook met de nodige zelfspot. De dichter? Onbekend. Hoe oud precies? Ik denk jaren ’60 vorige eeuw maar nog steeds herkenbaar. 

***

Met ons senioren is niets aan de hand
Wij zijn nog uitstekend van lijf en verstand
Al hebben we spijkers in heupen of knieën
En krijgen we last van teveel calorieën
Van zenuwen, reuma, spierpijn en jocht
Wij zijn nog fantastisch………. op het eerste gezicht

Het lopen op steunzolen valt echt wel mee
En met ons gebit zijn we best wel tevree
Wij zullen nog veel en ‘dat willen we weten’
Maar wat we willen, zijn we soms vergeten
Al groeien we krom naar de aarde gericht
Wij zijn nog fantastisch………. op het eerste gezicht

De jeugdige liefde was mooi en apart                                             
Nu dragen we pacemakers onder ons hart
Wij denken met weemoed aan vroegere jaren
De tijd dat we vurige minnaars waren
Nu voelen we scheuten in ieder gewricht
Wij zijn nog fantastisch………. op het eerste gezicht

Wij ouderen worden wat langzaam en traag
En slikken nu pillen voor darmen en maag
Wij kruipen nu ’s avonds bekaf in ons bed 
En nemen voor het slapen nog een slaaptablet
Al valt voor senioren het leven niet licht
Wij zijn nog fantastisch………. op het eerste gezicht

De adem wordt korter, de kelen te droog
De pols is te snel en de bloeddruk te hoog
De jaren gaan tellen, wij willen niet zeuren
Ondanks de narigheden die met ons kunnen gebeuren
Wij hebben te veel of te weinig gewicht
Wij zijn nog fantastisch………. op het eerste gezicht

Al geven de zintuigen wel eens wat kommer en kwel
Met bril en gehoorapparaat lukt het vaak nog wel
Al brengt soms de ouderdom grote en kleine verdrietjes
Spontaan zingen we nog steeds onze ‘oude liedjes’
En hopen dat u zegt na dit laatste gedicht
Wij zijn nog fantastisch………. op het eerste gezicht

***

Moeilijk is het altijd om aan het begrip “senior” een leeftijd te verbinden. Daarom gelukkig geen enkele reden om zich aangesproken te voelen door bovenstaande ode. Het betreft ons namelijk niet!  

Lees & voel tussen de regels de zelfspot door. Dat is het aardige van dit soort geschriften.

Weinigen zullen dan ook aan een opsomming van alle genoemde ‘beperkingen’ uit dit gedicht voldoen. En dat moet toch tot tevredenheid stemmen. En dat weer tot dankbaarheid.  

Belangrijkste is niet de leeftijd maar hoe een mens zich voelt en doet en welke leeftijd u zichzelf  daarbij toedenkt.

Welbeschouwd: Een ontboezeming maar wel een die een glimlach achterlaat.

Thom Asvaer.

Plassen en dan lekker tukken

Plassen en dan lekker tukken

Ik ben een beetje moe. Een beetje erg moe. En dat zo kort na mijn vakantie.

Dit kan niet natuurlijk. Huisarts zijn in Nederland, waar we het natuurlijk heel goed hebben, en dan zo een stukje openen. De wereld staat immers in brand. Klimaat, Afghanistan, Corona… Maar ja, ik zit nu achter de laptop met een deadline en dit is wat mijn hoofd doet. Gelukkig begrijp ik waar de moeheid vandaan komt. Gisteravond had ik een visitedienst. Dat klinkt misschien een beetje alsof ik op de koffie kom om grote prijzen uit te delen, maar de werkelijkheid is anders. 

Aan het werk op de huisartsenpost

Gisterochtend ben ik, zoals elke werkdag, om 8.00 uur begonnen met mijn spreekuur. Toen het grootste deel van mijn werk klaar was ben ik om half zes met een bak afhaaleten naar de huisartsenpost gereden. Als praktijkhoudend huisarts ben ik aangesloten bij een huisartsenpost waar we met de andere aangesloten praktijken de avond en nachtzorg organiseren voor onze patiënten. In de praktijk houdt dat in dat ik ongeveer veertig avonden en weekenddagen aan het werk ben op de huisartsenpost. Er zijn diensten waarbij ik daar spreekuur doe en diensten waarop ik met een ambulance-auto en chauffeur op pad ga. De laatste variant heeft mij altijd aangesproken. Het blijft gewoon ontzettend bijzonder en uitdagend om op onmogelijke uren bij Jan en alleman thuis te komen en te helpen. Alles komt voorbij: hartaanvallen, beroertes, gebroken heupen, sterfbedden, Corona en ga zo maar door. Geen situatie is hetzelfde en de werkdruk is behoorlijk hoog maar het is fijn om te merken dat je echt iets voor mensen kunt betekenen en met sommige patiënten heb je een onverwachtse klik. 

Een mevrouw die in de war was

Gisteravond rond 22 uur ’s avonds was ik thuis bij een mevrouw die onduidelijk sprak en in de war was. Tijdens ons gesprek en onderzoek vond ik haar verwardheid nogal wisselend want ze was op sommige momenten onverwachts scherp. Zo vond ik het best knap dat zij precies wist welke datum het was. Zelf had ik er zo een of twee dagen naast kunnen zitten.

Hoewel mijn vermoeden was dat de klachten een bijwerking waren van de medicatie die ze gebruikte, leek het mij beter om toch even langs het ziekenhuis te gaan om een probleem in de hersenen uit te sluiten. 

Gewoon even plassen

Haar antwoord op mijn voorstel was: ‘eigenlijk wil ik gewoon even plassen en dan lekker tukken, het is wel goed zo’. Op een of andere manier voelde deze zin zo dichtbij op dat moment dat ik door mijn hurken ben gegaan, haar in de ogen keek en zei: ‘dat is nou eigenlijk precies wat ik ook wil’. Waarop zowel zij, haar zoon, schoondochter als ik ontzettend hard moesten lachen. Na dit moment waarop wij elkaar volledig begrepen gaf ze dan toch maar gehoor aan onze zorgen en is ze naar het ziekenhuis gegaan. Ik lag uiteindelijk om 00.30 uur op bed en zag vanochtend om 8.00 uur mijn eerste patiënt weer.

En eigenlijk was mijn gevoel om 8.00 ‘s ochtends hetzelfde. Ik wilde gewoon even plassen en dan lekker gaan slapen. Maar dat heb ik voor me gehouden. Als ik dat had gezegd had mijn patiënt mij vermoedelijk erg vreemd aangekeken!

Afscheid nemen

Afscheid nemen

Door: Babette van der Veen I In mijn blogs schrijf ik het liefst over alle dingen die het leven de moeite waard maken. En misschien beleven we dat ook wel zo intens omdat we weten dat het eindig is. Eigenlijk is dat natuurlijk het enige in het leven wat we met volle zekerheid weten. Afscheid nemen, hoe moeilijk ook, hoort bij het leven. 

Mijn grootste afscheid was toen mijn moeder overleed in 2011. Dat heeft me veel verdriet gedaan. Maar, hoewel ze misschien niet meer fysiek bij ons is, geloof ik toch niet dat ze helemaal weg is. Als ik aan haar denk als er een zonnestraal op me valt, als ik een mooie vlinder zie, of een flikkerende kaars, dan is ze weer even bij me. Ik weet dat sommige mensen hier in niet in geloven, maar ik wel. 

Wat ik ook veel om me heen zie, is dat er een soort angst is voor afscheid en de dood. En dat is begrijpelijk, want het is ook iets ongrijpbaars en misschien wel engs. Maar toch probeer ik er op een andere manier naar te kijken. Daarnaast is het idee dat iemand na zijn of haar dood ‘weg’ is, ook echt een traditioneel Westers idee. 

Als je kijkt naar het Boeddhisten dan gaan zij op een totaal andere manier om met de dood. Zij zien het niet als iets definitiefs maar geloven in reïncarnatie. Afscheid nemen krijgt op die manier een hele andere lading. Degene die overlijdt, krijgt weer een nieuw levenspad. Misschien als een ander mens, of als een dier of, (als je karma niet zo goed is) als een steen of boom. Ook zien zij de dood als een soort bevrijding van het ‘lijden van het leven’.

Hoewel ik mezelf niet per se als Boeddhist zie, vind ik het wel mooi dat zij niet denken dat er iets blijft na de dood. Ik geloof dat alles bestaat uit energie en dat iemand daarom nooit helemaal ‘weg’ is en wij een team aan helpers hebben die er zijn als we ze nodig hebben. 

Uiteindelijk maken we allemaal deel uit van één systeem en één kosmos. Het blijft wel lastig om dit onder woorden te brengen, maar ik denk dat mijn favoriete passage uit het boek ‘mijn dinsdagen met Morrie’ wel goed illustreert wat ik bedoel. 

Ik heb laatst een mooi verhaaltje gehoord,’ zegt Morrie. Hij doet zijn ogen even dicht en ik wacht.

‘Goed, het verhaal gaat over een golfje, dat voortdobbert op de oceaan en het geweldig naar zijn zin heeft. Het geniet van de wind en de frisse lucht – tot het de andere golven voor zich ziet, die tegen de kust breken.

“Mijn God, dit is vreselijk,” zegt de golf. “Kijk eens wat er met me gaat gebeuren!”

Dan komt er een nieuwe golf aan. Hij ziet de eerste golf, die er somber uitziet, en hij zegt tegen hem: “Waarom kijk je zo bedroefd?”

De eerste golf zegt: “Je begrijpt het niet! We zullen allemaal te pletter slaan! Van ons golven zal niets overblijven! Is het niet vreselijk?” 

De tweede golf zegt: “Nee, jij begrijpt het niet. Je bent geen golf, je bent deel van de oceaan,”

Ik glimlach. Morrie doet zijn ogen weer dicht. 

‘Een deel van de oceaan,’ zegt hij, ‘een deel van de oceaan.’ Ik kijk toe hoe hij ademt, in en uit, in en uit. 

Persoonlijk vind ik het verhaaltje van Morrie troostend. De golven slaan niet te pletter maar voegen zich weer bij die grote oceaan. Daarnaast vind ik dat het feit dat het leven eindig is, ook helpt inzien hoeveel het leven waard is, dat we er echt alles uit moeten halen en dat elke dag een cadeautje is.

Liefs, Babette

1 april

1 april

Door: Nadia (72) I Onze kleinzoon van 5 jaar komt bij de groenteboer. Daar maakt hij een klein grapje over de tomaten en roept vervolgens heel hard: ‘1 augustus’!