Door: Babette (40) I Toen onze dochter Ykfe in 2011 werd geboren, stond ons leven van de een op de andere dag in het teken van ‘zorgen’. Opeens was daar een immens groot gevoel van verantwoordelijk. Eerst was je nog met z’n tweeën en nu was daar plotseling een hoopje mens dat volledig afhankelijk is van jou.
De geboorte van twee ouders
Ligt mijn kindje veilig? Eet ze genoeg? Krijgt ze voldoende slaap? Dat zijn dingen waar elke kersverse ouder mee bezig is. En naast alle zorgen die je je ‘maakt’, is ‘zorgen voor’ zo’n kleintje wat je 24/7 doet. Eten geven, in bad doen, in bed leggen, uit bed halen, troosten, knuffelen, luiers verschonen en eigenlijk dat hele riedeltje op repeat.
Vanaf de geboorte van je kinderen wil je ze behoeden voor alles wat fout kan gaan. Want er wordt niet alleen een kindje geboren, maar ook een vader en een moeder. En ja, die maken zich zorgen. Volgens mij blijft dat altijd wel een beetje bestaan. Zelfs als de kinderen volwassen zijn.
Zorgen voor versus zorgen maken over
Vandaag de dag is Yfke 10 jaar oud en heeft ze een broertje Dax, van 5. En het grappige is, met de geboorte van Dax werd er ook een grote zus geboren. Een die opkomt voor haar kleine broertje als het nodig is. En Dax is maar al te trots op zijn grote zus die al in groep 7 zit. En dat ik vind ik zo mooi. Het verschil zit hem volgens mij dan ook in ‘zorgen voor’ en ‘zorgen maken over’. Yfke maakt zich geen zorgen over Dax maar komt wel voor hem op als ze merkt dat dat nodig is. En daar kunnen we wat van leren.
Want aan ‘zorgen maken’ hebben jij en de ander niet zoveel. Aan ‘zorgen voor’ wel. Loslaten en er zijn voor degene die je liefhebt, vooral als diegene dat nodig heeft. Zorgen voor je kinderen, je ouders, je familie maar misschien ook wel voor je vrienden, je buren die door ziekte een week aan huis gekluisterd zijn of voor een onbekende die op straat zijn boodschappentas laat vallen.
Voor elkaar zorgen
En daarnaast is het ook fijn als er iemand is die voor ons zorgt. Die ons helpt als het nodig is, die naar ons omkijkt en die even incheckt en lief voor ons is. Er zit een wederkerigheid is ‘zorgen voor’. Zoals wij voor een ander kunnen zorgen, kunnen we niet altijd voor onszelf zorgen en dat is juist ook het mooie. Want als we allemaal een beetje voor elkaar zorgen, staan we er nooit alleen voor.
Zoals Ronald Reagan zei:
“We kunnen niet iedereen helpen, maar iedereen kan iemand helpen”.
De jager had ons gespot. Mooie meiden, de ene blond de andere donker.
Onze rugzakken stonden naast het tafeltje, duidelijk net aangekomen. Wij hadden niets in de gaten, vast een beetje duf van de overtocht.
De Pan Bagnat, een heerlijk door olijfolie en tomatensap sompig broodje, met tonijn, ansjovis, sla en gemalen peper smaakte, samen met een glaasje rosé goddelijk.
De geur van naaldbomen , de felblauwe zee en het vooruitzicht van een dutje op een heerlijk strandje hielden ons bezig. Zo vrij als vogeltjes, dikke vriendinnen, voor even zonder werk en agenda. Wild kamperen was het idee.
Ooit was ik hier als eens geweest. Corsica; rode rotsen, blauwe zee en groene bomen.
We maakten geen enkel plan en lieten de momenten komen en gaan. Af en toe piepten we een camping op om te douchen. Op de markt kochten we sappige watermeloen en de verse sardientjes vlogen zo op ons bord.
De jager had ons kennelijk goed in de gaten gehouden. Na een dag of 3 oordeelde hij dat de jacht geopend was. Laat in de middag sprak hij ons aan in een zwaar zangerig accent waar we niets, maar dan ook helemaal niets van begrepen.
Wat probeerde deze prachtige gebruinde jonge god ons toch duidelijk te maken? “You understand?”
“No sorry”, dan maar gebaren taal. Knort hij nou als een varken? Pardon, zien wij eruit als varkens? En pief paf poef? Ah misschien nodigt hij ons uit voor een barbecue, wij wreven maar over onze buikjes. Nee, schudde hij hopeloos , “un moment”. Niet veel later kwam hij terug met een vriend, minstens zo knap, Bruno, die sprak beter Engels; of wij morgenochtend mee gingen zwijntjes jagen? Bruno en Pitru zouden ons naar een punt begeleiden waar we vooral veel lawaai moesten maken zodat de zwijntjes de andere kant op zouden lopen, daar waar de jagers stonden.
We keken elkaar aan en zeiden in koor “Oui, bien sur”. Niet vanwege de zwijntjes, dat was best zielig, maar het avontuur en de reebruine ogen lonkten.
De volgende morgen werden we om 05.00 uit onze tent geroepen en klauterden bij de opgaande zon de berg op. Onder een grote paraplu boom en voorzien van deksels en stokken lieten zij ons achter. “Wacht nog een haftuurtje en maak kabaal, veel kabaal! Net toen we er bijna genoeg van hadden kwamen ze terug, onze mannen.
Pitru kwam naast me zitten en gaf me een dennenappel, ik keek wat onnozel totdat hij er kleine witte nootjes uithaalde. Warm van de zon en met de geur van dennennaalden at ik mijn allereerste pijnboompit. Snel volgde ook de eerste zoen en daar op die heuvel onder de groene paraplu met uitzicht op de middellandse zee begreep ik volledig waarom dit eiland Ile de la Beauté wordt genoemd.
Diezelfde avond at ik een stroperige half -warme pijnboompitten taart. Proef jij deze taart dan proef je Corsica, en ik, ik proef weer die zoet zoute zoen.
Ingrediënten voor een taart van circa 24-26 cm Ø
Het deeg
150 g boter op kamertemperatuur
150 g witte basterdsuiker
2 eieren
200 g bloem + bloem om uit te rollen
100 gram amandelmeel
1 zakje vanillesuiker
1½ tl bakpoeder gezeefd
Meng alles en kneed het net zolang tot alle ingrediënten goed gemengd zijn
Laat het deeg minimaal een uur in de koelkast rusten
Voor de vulling
300 gram pijnboompitten
5 eetlepels vloeibare honing
1 takje rozemarijn , je gebruikt alleen de naaldjes
100 ml kook room
sap van een halve citroen
schil van de hele citroen in kleine stukjes
snuf zout
Rol het deeg uit met een deegroller en bekleed de ingevette taartvorm.
Meng alle ingrediënten voor de vulling en roer goed door elkaar, giet dit mengsel op de taart.
Plaats de taart in een voorverwarmde oven, 180 C en bak langzaam in circa 60 min. Let op zet na 30 min de bovenwarmte van de oven uit. Of als dat niet kan zet de taart iets lager om eventueel verbranden te voorkomen.
Prik na 60 min met een saté-prikker in het deeg, kleeft het deeg niet meer is de taart goed.
Zet de laatste 3 minuten de grill aan voor een mooi lichtbruin kleurtje.
Ja, met een dubbel vraagteken. Gezien de vele verschillen tussen jong en oud, blijken er toch ook wel overeenkomsten te bestaan. Vanwege welke oorzaak ook.
Enfin….. aan het einde van deze column mag u zelf oordelen of dit – voor wat betreft ‘de kop’ boven dit artikel – nog op waarheid berust. Hoe kwam ik nu zelf tot deze vraag? Als volgt.
Toen ik kortgeleden, op een der laatste zomerse ochtenden, langs een crèche (vroeger kleuterschool geheten) fietste werd ik aangenaam getroffen door een gemengde groep kleuters, zo’n vijftien stuks, die op hun speelplaats uit volle borst een voor mij totaal onverstaanbaar lied ‘ten gehore brachten’.
Ik stopte om te kijken of ik ook iets van de tekst zou kunnen oppikken. Helaas, wat ik kon ontcijferen was een moeilijk met elkaar in verband te brengen woordenstroom! Maar dat werd helemaal goedgemaakt door de enorme geestdrift van dit jeugdig spul die elkaar, hoe jong ook, al probeerde af te troeven waar het er om ging wie het hardst kon zingen.
Vooral bleek ook de inzet van de leidster (vroeger de juf) die trachtte met weidse gebaren enige harmonie in deze uit volle borst geproduceerde geluidshulde te brengen. Ondanks haar drang dit kleuterkoor van enige muzikale discipline te voorzien was het absoluut een genot om deze ‘aubade’ zo onverwacht te kunnen aanhoren.
Na enige ferme slotakkoorden en uithalen vond men het kennelijk wel mooi genoeg geweest en stormde met hetzelfde enthousiasme het gebouwtje weer in gevolgd door een toch duidelijk voldane leidster.
Het was ineens stil in de straat toen ik mijn weg vervolgde. Het was wel heel aandoenlijk dan wel apart geweest. Hoewel apart? Vroeger, herinnerde ik me, zongen wij toch ook als kleuters vaak op het schoolplein. Wat ik mij ook herinner was dat we het zingen zelf belangrijker vonden dan wat we zongen. In eens kwam nu ‘de kop’ van deze column bij me op.
Omdat ik nu bij deze kinderen ook niet kon ontcijferen wat ze zongen; realiseerde ik me dat het vroeger eigenlijk niet anders was! Wij zongen kromme teksten als: “Jan Huygen in de ton met een hoepeltje erom / iene, miene, mutte, tien pond grutte / Hansje knipperdolletje, die zat laatst aan de dijk / Vinger in de hoed wie er mee doet / Zakdoekje leggen, niemand zeggen, ‘k heb de hele nacht gewaakt / Bim, bam, beieren, de koster lust geen eieren. Wat lust hij dan? Spek in de pan, oh wat een lekkere koster dan / Hop Marjanneke, stroop in ’t kanneke, laat de poppetjes dansen / Zagen, zagen, wiedewiedewagen, Jan kwam thuis om een boterham te vragen / Kleine Anna zat in majesteit / Hier is de sleutel van de iebelebibelebontse berg / Danderomdeine kwam van Brugge, met zijn kastje op zijn rugge / Berend botje ging uit varen, met zijn bootje naar Zuidlaren, de weg was recht, de weg was krom, nooit kwam Berend botje weerom / Altijd is kortjakje ziek, midden in de week maar ‘s zondags niet / Ollekebolleke rubisolleke, ollekebolleke knol / Torentje, torentje, bussekruit, wat hangt er uit? Een gouden fluit, een gouden fluit met knopen, het torentje is gebroken.”
En dan kwam er na de aanhef nog een aantal regels/teksten waar je nu nog “geen chocola” van kunt maken. Laat staan wij vroeger als kleuters. Die behoefte was er blijkbaar (ook) toen al niet! Zingen uit volle borst, daar ging het om. Maar je werd toch al wel op jonge leeftijd met de meest onlogische/rare/woorden geconfronteerd. Misschien bedoeld om de fantasie bij de kleuter te prikkelen? Of dat gelukt is………? Feit is dat de kleuters van nu ook, naar mijn eigen waarneming, het zingen veel leuker vinden en liever doen dan een stel vreemde en onbegrijpelijke woorden te moeten leren of zingen. Dat bleek mij overduidelijk toen ik die kleuters op die Abcouse speelplaats in hun enthousiasme aanhoorde. Heerlijke ervaring!
Welbeschouwd: eigenlijk niks nieuws onder de zon of te wel; “Zoals de oudjes (vroeger) zongen, piepen (nu) ook de jongen”! Enfin u mocht zelf oordelen.
Ik heb een speciaal echtpaar in mijn praktijk. Daar heb ik er gelukkig veel meer van, maar dit echtpaar maakt altijd iets bijzonders in mij los.
Een bijzonder echtpaar
Ze zijn allebei zo rond de 60 jaar oud en leven al heel lang zonder te kunnen horen. Vanaf onze eerste ontmoeting, verbaasde het me hoe goed zij kunnen liplezen. Als ik zelf een keer patiënt ben bij een huisarts of een tandarts, realiseer ik me weer hoeveel informatie je in korte tijd moet verwerken. Het komt vaak voor dat je naderhand nog met wat vragen zit en daarom even belt. Wanneer je niet kunt horen, werkt dat anders.
De mensen over wie ik het heb, liplezen al mijn vragen en adviezen en helpen elkaar om te zorgen dat ze het beiden begrijpen. Wanneer dit niet het geval is, toetsen ze het weer bij mij. Een belletje achteraf behoort niet tot hun mogelijkheden.
Wanneer zij in mijn spreekkamer zitten, komt het niet in mij op om naar de klok te kijken. En dat is waar de magie van onze consulten begint. Het ‘niet kunnen horen’ is zo duidelijk aanwezig, dat alle kaders van tijd, planning en andere afspraken overboord gaan. Waar privacywetgeving veel digitale communicatie in de weg kan zitten, hebben we bij dit echtpaar altijd heel praktisch gekeken. Het is roeien met de riemen die je hebt. Mailen, appen, alles wat nodig is om ze net zo goed van informatie te voorzien als ieder ander.
Een beperking voor mij
Afgelopen week had zij een ingegroeide teennagel. Een duidelijk probleem met een duidelijke (maar niet altijd even prettige) oplossing: een prik om de teen te verdoven en vervolgens een stuk nagel verwijderen. Ik dacht tijdens het consult meteen door te pakken zodat ze er niet voor terug hoefden te komen, dus ik wilde gelijk beginnen. Toen ik klaar zat om de injectie met de verdoving te geven, besefte ik ineens dat het feit dat zij niet hoort, mij een beperking gaf. Ik kon haar niet geruststellen zoals ik dat wel bij horende patiënten kan. Ik heb namelijk een routine ontwikkeld om mensen zoveel mogelijk op hun gemak te stellen zijn ondanks de naderende pijn. In dat hele proces ben ik voor een groot deel afhankelijk van de woorden die ik kies en nog meer van de toon waarop ik ze uitspreek. Dat viel nu allemaal weg.
Haar man zat op afstand en zag mij een beetje stuntelen met geruststellende aanrakingen op haar been en pogingen om haar met mijn mimiek gerust te stellen. Hij zag het even aan, stond op en kwam naast haar staan. Ze keken elkaar in de ogen en hoewel ze het me niet zei of gebaarde, voelde en zag ik aan alles dat ze ontspannen was en klaar voor de prik.
Toen ik klein was en mijn moeder voor haar werk veel moest reizen, heb ik heel vaak bij mijn opa en oma gelogeerd. Het was een heerlijke warme gezellige plek, zoals het hoort bij een opa en oma. Er waren kleden, prulletjes, staande klokken en de verwarming stond lekker hoog. Ik vond het altijd heerlijk om hier een paar dagen te blijven slapen.
De platenspeler
Een van de grote schatten in hun huis was voor mij de platenspeler. Ik vond het een fascinerend apparaat: die grote glanzende platen die er voorzichtig opgelegd werden en dan het kenmerkende gekraak van de naald. Opa had een aantal klassiekers van ‘de grote drie van het Nederlands cabaret’, waarvan ik vermoed dat wel meer opa’s hier platen van hadden: Wim Sonnevelt, Wim Kan en Toon Hermans. Af en toe mocht ik luisteren. Omdat ik er geen seconde van wilde missen, zat ik op mijn knieën voor de platenspeler. Ik luisterde gebiologeerd, als in een trance. Ik begreep lang niet alles van wat er gezongen en gezegd werd, maar ik genoot er altijd met volle teugen van.
Toon Hermans
De grote favoriet bij mijn grootouders en mijn moeder was Toon Hermans. Daar hadden we thuis zelfs boekjes van en daar las ik af en toe uit. En nu nog steeds. Waar ik zo enorm van geniet is hoe in een klein, lief gedichtje een enorme wijsheid verpakt zit. Toon Hermans kon als geen ander kleine dingen een podium geven. Wat had deze man een geweldige timing en een charisma, en een lieve beschaafde humor. De manier waarop hij altijd een positief levensgevoel weet op te roepen, raakt mij nog steeds. En alles wat nu nog steeds zo relevant is, kon hij prachtig verwoorden. Het is simpel en geniaal tegelijk. En wat heeft deze man ontzettend veel liedjes en gedichtjes gemaakt.
Artiest van de eeuw
In 1999, een jaar voordat hij overleed, is Toon Hermans uitgeroepen tot ‘Artiest van de eeuw’. Zijn allereerste onemanshow maakte hij in 1955 (hij was toen al bijna 40) en hij heeft er daarna nog zo’n 16 gemaakt. Toon noemde zichzelf het liefst een clown, of ‘muzeman’, een woord dat hij zelf bedacht had. En oh wee als je hem een kleinkunstenaar noemde. Want, zo schijnt Toon te hebben gezegd: ‘Ik ben een GROOT kunstenaar’. Cabaretier? Nee, dat ook liever niet. ‘De doorsnee cabaretist is te veel wijsneus en te weinig feestneus.’
En ik kan dat alleen maar beamen. Hij was een groot kunstenaar en een feestneus. Geliefd door jong en oud en tijdloos doordat zijn werk vooral over de (on)belangrijke, kleine grote dingen in het leven ging en niet over de actualiteiten van toen.
Ik pak zelf nog regelmatig zijn gedichtjes erbij en hoop mijn liefde voor Toon ook aan mijn kids door te kunnen geven.
Hieronder drie van mijn lievelingsgedichtjes van Toon en een video waarin hij een aantal gedichtjes voordraagt. Ik hoop dat jullie er net zo van genieten als ik.
Liefs, Babette
Geluk – Toon Hermans
Geluk is geen kathedraal, misschien een klein kapelletje. Geen kermis luid en kolossaal, misschien een carrouselletje. Geluk is geen zomer van smetteloos blauw, maar nu en dan een zonnetje. Geluk dat is geen zeppelin, ’t is hooguit ’n ballonnetje.
Goudrenètje – Toon Hermans Ik vind zo’n goudrenètje ‘n juweeltje, ‘n blozen bolletje met kleurtjes op de wangen. Ik kijk ook telkens weer aandachtig naar het steeltje daar heeft zijn appelleven toch van afgehangen.
Klein– Toon Hermans Het licht is zo gigantisch groot hier boven ‘t weidse strand dat ligt niet aan het licht, het ligt aan mij hier in het zand
ik ben een druppel van de zee van ‘t strand ben ik één korrel en mijmerend denk ik bij mezelf nou lust ik wel een borrel
Deze website gebruikt cookies zonder chocola. Minder lekker, maar wel nodig. Wanneer je cookies accepteert gebruiken we ze om onze website te verbeteren en onze advertenties relevanter te maken.
This website uses cookies to improve your experience while you navigate through the website. Out of these, the cookies that are categorized as necessary are stored on your browser as they are essential for the working of basic functionalities of the website. We also use third-party cookies that help us analyze and understand how you use this website. These cookies will be stored in your browser only with your consent. You also have the option to opt-out of these cookies. But opting out of some of these cookies may affect your browsing experience.
Necessary cookies are absolutely essential for the website to function properly. This category only includes cookies that ensures basic functionalities and security features of the website. These cookies do not store any personal information.
Any cookies that may not be particularly necessary for the website to function and is used specifically to collect user personal data via analytics, ads, other embedded contents are termed as non-necessary cookies. It is mandatory to procure user consent prior to running these cookies on your website.
Recente reacties