door Babette | aug 2, 2021 | Welbeschouwd, Alle
Door: Thom Asvaer I (Her)kent u dit lied nog?
“Waar de blanke top der duinen schittert in de zonnegloed
En de Noordzee vriendelijk bruisend Neerlands smalle kust begroet
Juich ik aan het vlakke strand [bis]
‘k heb u lief mijn Nederland ! [bis]”
Jarenlang hebben kinderen van lagere scholen rond de vijftiger jaren deze ode aan Nederland uit volle borst en met grote uithalen (liefst op het schoolplein) gezongen. De vaste omlijsting van diverse officiële feestdagen waaronder toentertijd bijvoorbeeld nog Koninginnedag. Er was een heel repertoire van dit soort liederen en die vulden menige zangles op school ter voorbereiding van de grote feestdag!
Hoe het zo kwam weet ik niet, maar bij het zien van een bepaalde foto schoten mij de woorden: “‘k heb u lief mijn Nederland”, uit bovenstaand lied, zomaar door het hoofd. Welke foto dat was? Een foto van de vertrekhal op Schiphol, afgeladen met een massa opeen gepropte wachtenden – in slangenrijopstelling – die veelal na twee uur voortschuifelen vernamen dat hun vlucht of geannuleerd of op z’n minst enige uren vertraging had opgelopen!
Mijn, uiteraard persoonlijke reactie, was: waarom doen mensen zich dit aan? Zo’ n begin van wat een ontspannen vakantie zou moeten worden lijkt me daar niet erg aan bijdragen! Maar het is een vrije keuze, toch?
Vroeger ging dat ‘op reis’ veelal iets anders en natuurlijk roepen mijn kleinkindere dan: “Ja Opa, dit zijn andere tijden”. En zij hebben gelijk. Nederland, vroeger wellicht iets meer in beeld dan nu, een tijd die veel meer kansen biedt ook elders rust, ontspanning vertier te vinden. Maar is men dan uitgekeken op Nederland met al zijn moois in steden, dorpjes en karaktervolle landstreken, water- en stiltegebieden of kastelen routes die de geschiedenis van Nederland vertellen? Wat weet of kent men echt van Nederland? Enfin…………’t is zo maar een vraag.
Mijn vader had daar in de zomervakanties rond de jaren vijftig (toen voorzichtig het reizen naar het buitenland begon) het volgende op gevonden. Onder het motto: “Prima als jullie ooit naar het buitend willen maar….. eerst je eigen land beter leren kennen! Geen discussie: zo geschiedde!
In de volgende vier zomervakanties hebben we – gezin van vier – elke keer in veertien dagen een kwart van Nederland ‘doorfietst’. Op oer-Hollandse trapfietsen, wind en regen trotserend naast de vele mooie prachtige dagen, het geheel omspannen met op z’n tijd prachtig mooie wolkenluchten. In alle plaatsjes waar we doorheen fietsten kochten mijn zus en ik op het plaatselijk postkantoor (die waren er toen nog) een postzegel van een cent en vroegen dan om een stempel. Het leverde ons een prachtig boekwerkje als herinnering op, compleet met plaats en datum. Even simpel als uniek! Natuurlijk ook best vaak gemopperd als we op een saaie rechte weg tegen de wind in moesten doortrappen. Maar achteraf en ook nu nog, na vele jaren, ben ik blij dat hij dit zo bedacht had. Nu ook nog interessant om door te bladeren en herinneringen op te halen. Ook kom ik nu – al toerend door Nederland – op plaatsen waarvan ik kan zeggen: hier ben ik als eens geweest en zie dan wel de aanpassingen die sommige gemeenten en buurtschappen hebben ondergaan. Maar zijn boodschap was helder. “Eerst je eigen land zien en daarna jullie eigen keuze!”.
Ik ben hem er nog steeds dankbaar voor en omdat ik het toentertijd heb mogen zien, en nu nog steeds ervaar, durf ik ook nog steeds het eerste couplet van het bovenstaande lied van harte mee te zingen.
Welbeschouwd: dichterbij kan het ook best mooi zijn!
Thom
door Babette | jul 26, 2021 | Briefje van de Dokter, Alle
Door: Bert Nap I Wat is het lekker weer! En dan zit ik tijdens het schrijven van dit verhaal ook nog eens middenin mijn vakantie. We zijn net terug van een heerlijke week op Texel met ons gezin waar we genoten hebben van elkaar, strand, zee en wind. Heerlijk.
Helaas heb ik geen onderwerp dat bij deze stemming aansluit.
In de laatste week voor mijn vakantie ging ik op visite bij een oudere dame uit mijn praktijk. Zij woont in een flatgebouw waar veel oudere mensen wonen. Toen ik daar aankwam op een grijze Hollandse dag, hoorde ik opeens een paar doffe knallen. Geschokt keek ik in de richting van het geluid. Er stond een grote afvalcontainer net naast de ingang van het complex.
Twee mannen waren een appartement aan het leegruimen en de knallen kwamen door neerstortende meubels. In eerste instantie dacht ik aan hoe opgelucht ik was dat mijn auto niet naast de container stond, zoals de auto’s van twee anderen. De spullen uit het appartement werden namelijk van driehoog naar beneden gesmeten, en ik vroeg me af of een gemiddeld autodak de val van een bank zou overleven.
In dit complex betekent het leegruimen van een woning vaak dat de voormalige bewoner is overleden. Voor veel raampjes zag ik oudere mensen staan die keken naar wat er gebeurde. Deze hele gebeurtenis maakte een ontzettend trieste indruk op mij. Ik probeerde mij voor te stellen hoe ik het zou vinden om op mijn oude dag de inboedel van een vriend of buurman met harde klappen in een container te zien belanden.
Ik zou daar geloof ik er erg droevig van worden, misschien zelfs wel een beetje bang. Het is een beetje alsof er bij je wordt ingebroken. Spullen die voor jou waarde hebben, hebben dat blijkbaar voor een ander niet. Ik kreeg een knoop in mijn maag en wilde er eigenlijk iets van zeggen, maar dat deed ik niet.
Toen ik voor dat appartementencomplex stond, werd ik dus verdrietig en een beetje boos tegelijk. Ik kon het klakkeloos wegsmijten van die spullen niet los zien van de overleden bewoner en de mensen die hem of haar hebben gekend. Jij bent dood, spullen weg, volgende.
Hoe het dan wel zou moeten? Een oplossing heb ik ook niet. Ik begrijp dat het allemaal met tijd en geld te maken heeft en dat de eigenaar van het pand het zich ook niet kan veroorloven om een stiekeme afvoer van spullen van overleden bewoners te organiseren. Maar dit beeld, op deze grauwe dag, met al die mensen voor de ramen, stemde mij triest.
Een schrale troost is dat de bewoner totaal geen weet heeft van dit luidruchtige schouwspel. En misschien dat hij of zij wel overtuigd boeddhist was, helemaal niks om spullen gaf en hartelijk gelachen zou hebben om de neergeknalde inboedel.
Ik zal het nooit weten.
Wat ik me wel realiseer is, hoe eindig dingen zijn. Mensen en spullen. En dat het daarom des te belangrijker is om in het hier en nu te leven. Om elke dag van elkaar te genieten en van alles wat we hebben, juist omdat het niet voor de eeuwigheid is. Kinderen worden groot, volwassenen worden ouder, koffiezetapparaten begeven het, banken moeten vervangen worden en knieën soms ook. Maar de liefde die we als mensen voor elkaar hebben is niet tastbaar en daarmee ook niet eindig. Het is abstract en gaat ook nooit meer weg. Dus een ding is zeker: daar komt geen container aan te pas.
door Babette | jul 19, 2021 | Op het leven!, Alle
Door: Babette I Als iemand mij naar mijn hobby’s vraagt dan komt ‘boeken lezen’ altijd naar voren. Ik kan gewoon niet zonder. Ik lees het liefst op papier, maar stiekem vind ik een e-reader ook wel heel praktisch. En dus wissel ik het een beetje af.
Als het om lezen gaat heb ik een aantal gekke gewoontes. Zoals dat ik altijd aan het papier moet ruiken als een boek nieuw is en dat ik over de kaft moet vegen als hij uit is. Maar ook dat ik pas ‘mag’ beginnen aan een nieuw boek, als ‘oude’ boek (dat ik aan het lezen ben), uit is. Zelfs als dit het meest verschrikkelijke boek ooit is, lees ik verder. Het moet uit! De reden: omdat het misschien op de volgende pagina wel een goed boek wordt. Je raadt het al, dit gebeurt niet vaak.. En dus ben ik aan het einde van zo’n leesrit blij dat het boek uit is. Overigens heb ik heb zo wel razendsnel leren lezen.
Het leek me leuk om voor de zomer 3 (in mijn ogen goede) boeken met jullie te delen die me geraakt hebben.
1. Mijn dinsdagen met Morrie
“Iedereen weet dat we doodgaan, maar niemand gelooft het. Als dat wel zo was, dan zouden we de dingen anders doen.”
In Mijn dinsdagen met Morrie zoekt een oud-student zijn stervende professor Morrie op. De quote hierboven is dan ook van professor Morrie. Zij komen altijd op dinsdag bij elkaar en voeren mooie gesprekken over het leven. Want wat als je weet dat het leven echt ten einde is? Wat blijft er dan nog staan en wat zijn de lessen die je hebt geleerd? Mijn dinsdagen met Morrie is een heel ontroerend, pakkend en ‘lief’ boek. Het is een heel dun boekje, iets wat ik normaal niet zo snel zou pakken (ik hou van lekkere dikke boeken), maar het raakt op een hele vriendelijke manier wel de kern. Ik heb veel koppen thee gedronken en tranen gelaten bij dit boek. Het origineel heet Tuesdays with Morrie, en is in het Engels geschreven. Als je alvast een voorproefje wilt, kun je hier het begin lezen in het inkijkexemplaar.
Titel: Mijn dinsdagen met Morrie
Auteur: Mitch Albom
ISBN: 9789026327308
2. De goede grap van Norman Foreman
“Uiteindelijk was dit het minste wat ik voor hem kon doen. En grappig genoeg ook het meeste.”
Een andere tip van mij is De goede grap van Norman Foreman. Dit is echt een boek dat een glimlach op iedereens gezicht tevoorschijn zal toveren. Een jonge jongen verliest zijn beste vriend. Voor zijn dood hadden de twee een plan om samen een comedy-voorstelling te geven. Maar nu zijn vriend dood is, staat hij er helaas alleen voor. Zijn moeder wil hem het liefst beschermen tegen de wereld en al het verdriet en pijn die daarbij komen kijken. Maar heeft dat zin? Samen met een oudere collega en zijn moeder stapt hij in de auto op weg naar het festival waar Norman zijn one-man-show zal geven, als ode aan zijn overleden vriend. Weg van alles, of juist naar alles toe? Je leest mee over hoe zijn moeder leert loslaten, hoe ze op zoek gaan naar de vader van Norman en hoe de uiteindelijke voorstelling plaatsvindt. Hulp uit verrassende hoeken! En naast dat het lekker leest en mooi de banden schetst tussen de verschillende hoofdpersonen, vond ik het ook een boek met humor. Regelmatig zat ik grinnikend op de bank!
Titel: De goede grap van Norman Foreman
Auteur: Julietta Henderson
9789026152030
3. De brief voor de koning
“Zolang je maar begrijpt dat vechten tegen het kwade je niet per se een goed mens maakt. Goed en kwaad zijn elkaars vijanden, maar ze liggen dicht bij elkaar.”
En dan een kinderboek van Nederlandse bodem geschreven door Tonke Dragt. Nou hoewel, kinderboek: ik vond het fantastisch! Eerlijk gezegd is dit niet een boek dat ik normaal uit de kast zou pakken want het is een verhaal over ridders en rovers. Ik had het cadeau gekregen en op de een of andere manier trok het me aan. En tegen alle verwachtingen in heeft het me enorm gegrepen. Toen ik eenmaal begon met lezen, kon ik het niet wegleggen. Het boek gaat over de jonge Tiuri die nog een nacht in afzondering moet doorbrengen voordat hij tot ridder wordt geslagen. Juist die nacht hoort hij een roep om hulp. Hij besluit erop in te gaan en daarmee zijn slag tot ridder niet te pakken. Er volgt een enorm avontuur met mooie ontmoetingen en wijze lessen. Ik was helemaal fan van hoofdpersoon Tiuri en zat op het puntje van mijn stoel te lezen. Tot het moment dat mijn dochter me vragend aankeek toen ik zelfs tandenpoetsend aan het lezen was… Kinderboek of niet : groots geschreven en voor alle leeftijden. En niet alleen ik ben fan van dit boek. Het is in 30 talen vertaald en het allereerste Nederlandstalige boek dat verfilmd is door Netflix.
Titel: De brief voor de koning
Auteur: Tonke Dragt
ISNB: 9789025868444
Drie fantastische boeken die ik ontroerend, meeslepend, grappig en mooi geschreven vond. En in elk van de boeken zitten bijzondere ontmoetingen en mooie levenslessen, net als in het leven zelf. Ik wens jullie allemaal veel leesplezier en een hele fijne mooie zomer.
Liefs, Babette
door Babette | jul 12, 2021 | Mooie momenten, Alle
Door: Eva de Jong (33) I Een jaar geleden ging ik bij mijn ouders op bezoek ik Frankrijk. De besmettingen waren die zomer ook relatief laag. Je had nog geen testbewijzen nodig om landen binnen te komen en er was -in ieder geval in Nederland-, nog geen mondkapjesplicht in winkels. Maar het belangrijkste verschil van alles: we hadden geen idee of/wanneer er vaccins beschikbaar zouden komen en zelftestkits waren nog niet op de markt.
Het enige wat ik kon doen, was hopen dat die tweede wintergolf nooit zou komen.
Mijn ouders, die 70-plussers zijn en parttime in Frankrijk wonen, had ik toen ruim een half jaar niet gezien. Ik voelde me emotioneel toen ik uit het vliegtuig kwam. Moegestreden van het doorwerken zonder vakantie en van de hele coronasituatie. Moe van het alleen zijn en van de sleur waarin ik als single vrouw van 33 in terecht was gekomen.
Ik kon mijn ouders geen knuffel geven en zij mij ook niet. Het deed bijna fysiek pijn om ze niet even kort te kunnen omhelzen. De rest van de vakantie bleven we voorzichtig. Op afstand in de keuken en niet per ongeluk uit elkaars glazen drinken. Natuurlijk ging er wel eens wat mis: zo proefde mijn vader zonder dat ik (of hij) er erg in had een slokje van mijn wijn tijdens een etentje in een restaurant (‘even proeven hoor!’). En vergat mijn moeder op een onbewaakt moment dat mij een knuffel geven niet de bedoeling was. Ik weet nog steeds niet of dit per ongeluk was.
Nu, een jaar later, ben ik weer in Frankrijk. Ik kijk terug op een koude en donkere winter, met een nog heftigere lockdown dan ik had durven vermoeden. Maar dat maakt niet meer uit. Er is licht aan het einde van de tunnel. Het is zomer. De besmetting zijn laag. We zijn gevaccineerd. De avondklok is verleden tijd. We mogen het land weer uit. We gaan weer leven!
Dus slaan we elke dag een arm om elkaar heen. We proeven elkaars wijn en elkaars eten. We staan schouder aan schouder te koken in een kleine keuken en proppen ons met het hele gezin in een auto, terwijl we ook hadden kunnen fietsen.
Gewoon, omdat het kan.
door Babette | jul 5, 2021 | Alle, Welbeschouwd
Door: Thom Asvaer I Je zou zeggen het zou toch het eerste, een lust, moeten zijn. Maar, zo hier en daar je oor te luister leggend, hoor je toch nog wel vaak wat brommerige geluiden als het gaat om vandaag de dag een vakantie te boeken. Veel is er ook veranderd sinds we in de jaren ‘50/’60 op vakantie gingen. We ‘gingen’ toen op vakantie, tegenwoordig ‘boeken’ we die.
Dat zijn niet de enige veranderingen hoor. Gezien de tijd waarin we nu leven en de veelvuldige complexiteit daarvan speelt dat ook bij ‘vakanties boeken’ een rol. Met wie gaan we? Een last minute voor twee personen is snel geboekt! Locatie of ressort is minder belangrijk dan het feit of er voldoende voorzieningen zijn, het niet al te lang vliegen is, ter plekke snelle verbindingen zijn en of uiteraard de zon altijd schijnt.
Met meerdere personen wordt het lastiger. Wie kan wanneer wel/niet? Welke maand? Rekening houden met collega’s op ’t werk! Agenda’s trekken in verband met verjaardagen familieleden of iets dergelijks? Club afspraken van de kids? En waar willen/kunnen we dan heen? Welke dagen vliegen ze daar op? Is daar ook Iets te doen voor de pubers? Kan de poes nu wel of niet naar oma? Iemand dacht gehoord te hebben dat oma ergens in die maand, met een vriendin, een 10-daagse busreis naar Toscane ging maken? De poes dan naar oom Arie? Nee joh, dat was vorige keer ook al niks! Etc, etc.
Zo kunnen zich rond het ‘vakantie boeken’ heel wat hobbels voordoen die genomen moeten worden alvorens men kan zeggen: “zo dat is ook weer geregeld, he he”. Juist dat laatste, he he, bracht me op de vraag: ‘lust of last?’. In de hoop dat zich dan op het laatste moment geen annuleringen of andere ongewenste verrassingen voordoen.
Dit alles was tijdens de lockdown niet aan de orde. Toen was, voor zover mogelijk, Nederland het aangewezen vakantieland. Mooi en dichtbij…… maar zon? Terecht een vraagteken.
Maar in die jaren1950/1960 ging het er inderdaad, gemiddeld genomen, toch iets anders aan toe. Geen spanning of aanpassingen zoals nu nog vaak nog op het laatste moment. Nee, maanden tevoren had men zich al een beeld gevormd over waar gaan we heen, hoelang (meestal maar twee weken gebonden vaak aan bedrijfsvakantie) en gaan we met de auto of trein? En hoe lang gaan we erover doen? In ‘een ruk’ of nemen we nog een hotelletje onderweg? “Kost wel wat maar we gaan maar een keer op vakantie” was veelal de motivatie voor ‘ja‘’.
Vliegen was nog geen gemeengoed en men bleef toch meestal in Europa. Ook kende men eigenlijk maar een vakantie (de zomervakantie) en sporadisch was er wel eens iemand die ook nog op wintervakantie kon gaan. Men kon nog bellen of een kaartje sturen naar uitverkoren Camping of Pension en het was altijd spannend als de bevestiging binnenkwam dat er plaats was! De buurt en vrienden werden in het vakantie-doel betrokken en een ieder zwaaide de familie uit als men dan per volgeladen auto, voorzien van een evenzo gevuld dak-imperiaal, richting vakantie bestemming vertrok!
Zuid-Frankrijk, Duitsland en Oostenrijk waren toen al favoriete bestemmingen. Na terugkeer hoorde vrienden en familie pas over de opgedane reiservaringen. (Tegenwoordig wel anders, alle beelden komen op het zelfde moment op i-pad of mobieltje, weinig spannends na terugkeer). Toen moest men het van de verhalen juist na terugkeer hebben. Welke bergpassen, hitte en aantal lekke banden men overwonnen had. De auto, veelal stoffig, eventueel voorzien van fraai gekleurde stickers ten bewijze dat men getoonde afbeeldingen ook werkelijk had bezocht!
Daar ‘sprak men over’ in de straat. Als de foto’s dan klaar waren (meestal na een week waren de fotorolletjes keurig door ‘mijnheer Kodak’ ontwikkeld en in een gele envelop verpakt) kwam men weer bij elkaar om nog eens gezamenlijk na te genieten van die ‘onvergetelijke’ vakantie. Het vakantie genoegen leefde nog lang na!
Hoelang zou dat tegenwoordig het geval zijn? De ‘orde van de dag’ vraagt meestal direct weer aandacht en reacties.
In elk tijdsgewricht vindt een andere, eigen, ervaring plaats.
Ook deze column is gebaseerd op een persoonlijk tijdsbeeld met een tijdsspanne van ongeveer 65 jaar. Velen van u zullen uit die periode weer andere ervaringen hebben opgedaan. Dat maakt vakantie ook juist zo divers!
Maar welbeschouwd………..blijft VAKANTIE toch meer lust dan last!
Thom
Recente reacties