Heel even, helemaal normaal

Heel even, helemaal normaal

Door: Bert Nap I Onlangs ben ik een visite gaan brengen aan een van mijn patiënten die verblijft op een gesloten psychogeriatrische afdeling (een afdeling voor ouderen met psychische aandoeningen).  Mijn patiënte heeft een vorm van dementie. Op deze gesloten afdeling is het, zoals u zult begrijpen, niet de bedoeling dat de bewoners deze naar eigen keuze  verlaten.

Gedoe met codes en deuren

Mijn herinneringen rondom gedoe met deuren en codes naar aanleiding van een eerder bezoek bleken te kloppen. Zoals het voor de bewoners niet mogelijk was om het gebouw te verlaten, was het ook voor een huisarts, meer specifiek mijzelf… eigenlijk waarschijnlijk vooral mijzelf, een grote puzzel om met de juiste codes door de juiste deuren mijn queeste te volbrengen. Mensen die mij kennen weten dat dit aan mij ligt. De slalom door de gangen om aan de anderhalvemeter-maatregel te kunnen voldoen gaf mij het gevoel dat ik in het bonuslevel van een computerspel was beland. 

Een vriendelijke blik

Eenmaal op de juiste afdeling aangekomen liep ik zoekend heen en weer. Ik ving de vriendelijke blik op van een mevrouw die op een bankje bij het raam zat. Ze leek mij te herkennen. Ik twijfelde nog even of dit een patiënt van mij was, maar dat was niet het geval. De mevrouw sprak mij aan alsof ik haar dagelijks een bezoek bracht en we de draad van ons gesprek van gisteren zo weer konden oppakken. Ik reageerde met een vriendelijke lach en wenste haar een prettige middag. 

Een arm om me heen

Toen ik een paar minuten later met iemand van de verzorging aan het overleggen was, kreeg ik ineens een arm om mij heen. De mevrouw van het bankje bij het raam kwam gezellig naast mij staan. Het was zo’n arm die je van je moeder krijgt wanneer je er samen op uit gaat. Omdat we zo dicht op elkaar stonden kreeg ik snel het gevoel dat ik een gele kaart zou verdienen voor het schenden van de coronaregels. Daarna maakten zowel de ontroering van het moment als ook het niet kunnen bedenken van een reactie die tot anderhalvemeter zou leiden, dat we maar gewoon zo zijn blijven staan. 

Op de plek waar je het misschien het minst zou verwachten, voelde alles weer heel even, helemaal normaal. 

Warmte voor het koelschap

Warmte voor het koelschap

Door Kate Maat (55) I Daar stond ze te turen voor het schap tussen een oase aan groen. Ze zag door het bos de kruiden niet meer. Wat hulpeloos keek ze om zich heen en greep het karretje maar wat steviger vast. Geen hulp te bekennen, iedereen in zichzelf gekeerd. Ik kronkelde om haar heen om worteltjes te pakken. Onze blikken kruisten elkaar, ik trof hele lieve ogen, “kan ik u helpen mevrouw”, vroeg ik maar.

Ze stamelde, “Ik heb bijna alle ingrediënten bij elkaar, maar is dit nou selderij?” Ze liet mij een verpakking zien. “Nee mevrouw, dat is platte peterselie, het lijkt er wel op maar heeft niet dezelfde smaak”, zei ik eigenwijs. Natuurlijk wist zij dat ook wel maar hield geduldig haar mond. Ze vertelde dat ze kippensoep wilde maken, niet uit een pakje of potje maar helemaal zelf, zoals ze vroeger ook deed. 

“Bouillon trekken van een soepkip, wortel, ui en prei. Niet vergeten kruidnagels in de ui te prikken en natuurlijk bladselderij”, vertrouwde ze me toe. Ik rommelde wat in het schap en gaf haar de selderij.  “O wat fijn”, zei ze opgelucht en schonk mij nog een lieve lach. “Weet je wat het geheim van de lekkerste soep is?” Ik wist het niet. “Kijk” en ze hield triomfantelijk een stukje gember omhoog. “Doe er een flinke schijf van in je bouillon, dat geeft extra warmte. Warmte kunnen we allemaal wel gebruiken” zei ze.

Het geheim van de mensen uit Okinawa

Het geheim van de mensen uit Okinawa

Door: Babette van der Veen I In mijn vorige blog schreef ik al over geluk in verschillende landen. In landen waar mensen relatief gelukkig zijn, ligt de levensverwachting gemiddeld hoger. In Nederland zijn we relatief gelukkig en worden we ook relatief oud. Toch zijn er plekken die er op wereldniveau echt uitspringen en waar mensen nog ouder worden. Maar wat doen die mensen daar anders dan wij? Waarom worden zij ouder? En belangrijker nog: zijn ze ook echt gelukkiger? 

Een van de plaatsen waar mensen het ‘oudst’ worden en in goede gezondheid blijven is het Japanse eiland Okinawa.  En dan hebben we het over serieus oud. Op elke 100.000 inwoners zijn er gemiddeld 68 mensen die in de honderd zijn. Ter vergelijking: in Europa zijn dat er gemiddeld 17 per 100.000. Interessant! Hoe dan? 

De zoektocht naar een heilige graal om gezond oud te worden is natuurlijk al eeuwenlang iets wat ons aanspreekt. Wetenschappers proberen al tientallen jaren te ontrafelen hoe het kan dat de mensen uit Okinawa zo (gezond) oud worden. Er zijn een aantal verklaringen voor gevonden. Een van de verklaringen is hun dieet, leefstijl en gemeenschapszin. De eilanders eten gemiddeld veel vis, groente, zoete aardappels (in plaats van rijst) en weinig bewerkt voedsel. Ook wordt er op Okinawa gemiddeld weinig gerookt en zijn de gemeenschappen hecht zodat mensen tot op hoge leeftijd betrokken blijven bij de maatschappij. Bovendien werkte een groot deel van hen in de visserij en agricultuur. Zo waren dus hun hele leven ‘actief’ en buiten. 

Een andere mogelijke verklaring voor het hoge percentage krasse ouderen komt weer uit een hele andere hoek. De oudere inwoners bleven namelijk na hun pensioen niet achter de geraniums zitten maar hielden een doel in hun leven. Iets waarvoor ze elke dag hun bed uit wilden komen: hun Ikigai, een combinatie van de Japanse woorden iki (leven) en gai (waarde). Letterlijk dus op zoek blijven gaan naar datgene wat je leven waarde geeft. En dat is blijkbaar iets wat je ‘jong’ houdt. En daar ligt volgens mij de heilige graal.

Als ik om me heen kijk zie ik ook best wat ‘jonge’ ouderen. Deze ouderen zijn ondernemend, willen altijd nog ontdekken en groeien en ze gaan (als het kan) de hort op. Kortom: ze hebben veel fijne dingen die hen motiveren om actief te blijven. Dit kan familie zijn, leuke clubs waar ze lid van zijn, een studie die ze toch nog op latere leeftijd zijn gaan volgen, vrijwilligerswerk of een hobby waar ze blij van worden. En omdat die actieve manier van leven daar de norm is, is het ongebruikelijk dat oudere mensen daar achter de geraniums (lotusbloemen?) blijven zitten. Het komt erop neer dat het leven een stuk leuker is als je er een waardevolle invulling aan geeft. Met de dingen die je fijn en belangrijk vindt. Dat geldt overigens voor jong en oud. 

In Japan wisten ze dat al:  ‘Ikigai’ is belangrijk! En ik vind het dan ook leuk om over wat Ikigai voor mij betekent regelmatig wat te delen bij ‘Op de mat’. Wie weet helpt dat me er ook zo naar te leven 🙂  

Liefs, Babette

KIEZEN?

KIEZEN?

Door: Thom Asvaer I Ik heb me nooit zo gerealiseerd dat er veel woorden zijn die voor twee-erlei uitleg vatbaar zijn. U wel? Neem nu dit kopje: KIEZEN! Aan de ene kant is het een aanzienlijke mondvulling, aan de andere kant is het keuzes maken. Wat er op een gegeven moment mee bedoeld wordt, hangt af van (zoals we dat met een mooi woord noemen): de context. Dat is eigenlijk gewoon begrijpen wat er met dat woord bedoeld wordt, door de zin er om heen goed te lezen. 

Ja, er zijn er nogal wat van dat soort woorden. Zo voor de vuist weg: arm, vers, meter, atlas, leer etc. Misschien een aardig nieuw gezelschapsspel tijdens deze Corona-crisis? Om te kijken (en tellen) hoeveel woorden je kunt noemen met een dubbele (laat staan een driedubbele) betekenis? Ga er maar aan staan! Lijkt me wel een redelijk tijdrovende bezigheid.

Tja, zult u zeggen, hoe kwam ik nu op het kopje KIEZEN? Daar begon ik mijn column eigenlijk mee. Wel, door het simpele gegeven (nou simpel…) van de keus die men in Den Haag zou moeten maken om de tweede-kamer verkiezingen ivm Corona wel of niet uit te stellen. Dus later, of wel op 17 Maart, de officiële dag. Dat zou dus kiezen worden en dat blijkt niet eenvoudig gezien het gekwetter daarover. Want voor elke partij liggen de belangen net weer even anders. De ene partij heeft nu de wind mee en wil daar wel van profiteren en scoren, de andere moet nog wat ‘aanvaringen laten uitdeuken’ dus wil wel even uitstel. Kortom, allen hebben zo hun argumenten en twitteren die ook ‘luid en (af en toe) duidelijk’ rond!

En juist dat bracht me een beeld in herinnering, van een verhaal dat ik ooit hoorde, in vergelijk met ons ‘Binnenhof’, een vergelijk dat ik u niet wil onthouden.

“Ooit bevond zich in het midden van Den Haag een grote vogelkooi. Een soort volière. Daarin vlogen ongeveer zo’n 150 vogels rond.

Vogels van diverse pluimage: grote, kleine, mannetjes, wijfjes,  onopvallende, opvallende, siervolgels, ijsvogels, spotvogels en paradijsvogels. Zij kwetterden en twitterden met elkaar dat het een lieve lust en herrie was. Daar elk vogeltje ‘zong’ zoals het gebekt was, was er af en toe geen touw aan vast te knopen. Daar de volière met glas was afgesloten (dus ‘contact arm) begrepen de burgers er dus niet alles van. De vogeltjes zelf echter begrepen dat weer niet en bleven druk met het kwelen van hun eigen gezang want daarin geloofden ze sterk.

Eens in de vier jaar mocht de volière open en gingen de vogeltjes aan alle burgers hun opgekropte gezang laten horen. Dat deden ze met opgezette vederpracht en vol enthousiasme. Ze zongen hun ‘bekende liedjes’ en riepen: “als je meezingt ga ik de komende 4 jaar het hoogste lied zingen en zul je eens zien hoe mooi het allemaal in het land gaat worden.” 

Maar – u voelt het natuurlijk al aankomen – eenmaal terug in de kooi waren ze hun belofte al snel vergeten (vogeltjes blijken net politici) want tja, ze moesten kiezen! En het gekwetter werd op de oude wijze hervat. Door het in- en uitwisselen van hun fraaie gezangen bleek hun uiteindelijke cantate, een soort regeerakkoord, niet alle burgeroren te strelen. Maar dat deerde sommige vogels voorlopig minder.”  

Einde vergelijk! Ja, en wat moet je daar dan mee? U heeft het voor het kiezen. Mogelijk op 17 maart. Dan kunt u kiezen en kiezen.

Mocht u kiezen voor niet kiezen, dan wel 4 jaar uw kiezen op elkaar!

Welbeschouwd: genoeg te KIEZEN!

Overrompeld

Overrompeld

Een paar weken geleden werd onze huisartsenpraktijk  gevraagd of wij een cadeau in ontvangst wilden nemen van de bewoners van Amstelveen (daar staat onze praktijk). Voor de overhandiging zou de burgemeester naar onze praktijk komen. Na een mailwisseling met de secretaresse van de burgemeester werd mij duidelijk dat het hier ging om een ‘wensslinger’. De bewoners van Amstelveen hadden van de gemeente kaarten opgestuurd gekregen waarop ze een wens konden doen voor de zorgverleners van Amstelveen. In een volle december e-mailbox gaf dit mailtje zoveel licht dat we daar meteen “JA” op hebben gezegd.

Wat mag wel en wat mag niet?

Vanwege de lockdown riep deze samenkomst een paar minuten later bij mij en de andere betrokkenen natuurlijk een heleboel vragen op. Waar gaan we staan zonder de regels te breken? Dit is toch een andere ontmoeting dan de patiënten die naar mijn spreekuur komen waardoor de regels net weer even anders zijn. Wat mag er wel en wat mag er niet? Mag het binnen of moet het buiten? En als we buiten staan, overtreden we dan niet juist een samenscholingsregel?

 Omdat mijn collega’s en ik net als de rest van Nederland natuurlijk allemaal anderhalvemeter-experts zijn hebben we hier de nodige vergader- en whatsapp-tijd in zitten. Terwijl dat gebeurde realiseerde ik mij ook hoeveel tijd en energie er het afgelopen jaar in dit soort zaken is gaan zitten. In plaats van even blijven hangen in de verwondering over dit mooie gebaar van de Amstelveners, zaten we binnen een paar tellen alweer aan de ‘coronaregels-wat-mag-er-wel-en-wat-niet-puzzel’. 

Tien meter warmte

Na veel wikken en wegen hebben we in overleg met de woordvoerder van de burgemeester besloten dat het door kon gaan. Mondkapje op, anderhalve meter afstand houden, tafeltje buiten voor het gebouw en de afspraak dat we het klein gingen houden.

De realiteit:  een tafeltje voor de deur in de motregen en de kou en een accordeon van mensen die anticiperend op de bewegingen van de ander een stapje naar links of naar rechts zetten. (Als dit heel lang duurt ontwikkelen wij mensen daar dan een nieuw zintuig voor?). Enfin, wij stonden als zorgverleners bij de hoofdingang van onze praktijk en waren natuurlijk extra neurotisch op de regels. Maar dat mocht de pret niet drukken. We kregen een hartverwarmende slinger van tien meter lang op met allemaal kaarten waarop mensen die ik misschien wel en misschien niet ken, allemaal mooie dingen wensten aan zorgverleners. De slinger hangt nu te pronken in onze wachtkamer: ruim zes keer anderhalve meter warmte. 

De Christelijke School

De Christelijke School

‘Oma bidden jullie niet voor je gaat eten? ‘ Vraagt kleindochter Jitte (4) na een paar maanden op de christelijke kleuterschool. Na mijn ontkennende antwoord met de toelichting dat ik niet op die school zat, liet ook zij zich, zonder gebed, het eten goed smaken.

Margreet Ursem (71)